De verhalen

Omwille van de privacy zijn niet alle verhalen in hun geheel opgenomen.

Alle verhalen en illustraties zijn auteursrechtelijk beschermd en mogen niet worden gecopieerd zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur of illustrator.

Verhalen

Inspiratie

Over de auteur

Uw verhaal ontspruit aan de geest van Freya Van den Bossche. Ze is psychotherapeut en schrijfster.

Freya is de auteur van het boek ‘Mijn partner, mijn kind, mijn kanker’ (Lannoo, 2008) en de verhalenbundel voor kinderen ‘Het gat in de haag’, (die Keure, 2013).
Haar tweede boek
'2 000 000 stappen naar mezelf' kwam in oktober 2013 uit bij Witsand Uitgevers.

Facebook

Meer over de auteur

Nieuw! Boek: De Odyssea van MaJea

Voorwoord

Het verhaal van MaJea is 3000 jaar oud.
Sommigen menen dat de mythe ook nu nog verder leeft.
Dat kan.
In ieder geval is het verhaal mij verteld door een overgrootmoeder van de tante van mijn tante en is het nooit eerder opgetekend. Mij is gevraagd dit toch te doen, als cadeau voor een bijzonder vrouw. Indien er voor de lezer gelijkenissen lijken te zijn met figuren uit de huidige tijd, dan is dat geheel en al toe te schrijven aan de fantasie van de schrijver. Dat geldt ook voor verschillen.


Vanaf Pag.12

..."Aan boord van de Santospina was het rustig. De Kapitein zat met zijn dochter op de arm en keek uit over de horizon, wachtend tot zijn eega met haar Bootje Met Windsnelheid, dat ze kortweg sloep noemden, zou verschijnen.
Maar een hem welbekende postduif landde in plaats daarvan bij zijn kooitje en koerde wat.
“Het lijkt er op dat je mama weer eens later werkt, mijn Catherina.” Toen hij het minuscule briefje van de ring aan haar poot had verwijderd kreeg hij de bevestiging: “Heb mijn snelle sloep uitgeleend om patiënt te helpen. Kom iets later.”
De Kapitein was het gewend en legde hun dochter te slapen. Toen de zon al daalde in een zachte grijze wolk boven de horizon, zag hij eindelijk het bootje van zijn vrouw, getrokken door haar vliegende paardje Compaççi, door de lucht zweven. Ze gebruikte deze manier om zich nog sneller te kunnen verplaatsen als het nodig was. Ze landden aan dek.
“Oef, dat was me het dagje wel,” begroette ze haar Kapitein. “Ik ga meteen bij onze dochter kijken, oké?” Hij keek haar teder aan, zijn duveltje doet al. “Doe dat, ik zet Compaççi wel terug in zijn kistje. Blijf niet te lang weg, de dourada is bijna gebraden, we kunnen zo eten.”
“Lekker!” ze verheugde zich op haar lievelingsvis. Van haar dochters’ kajuit, waar ze eens keek hoe mooi ze sliep, liep ze naar de kombuis waar MaJea het vuile goed bijeen grabbelde en in de waston gooide. In de mand ernaast lagen nog de luiers die ze deze ochtend van de waslijn had gehaald.
“Amada, de dourada is klaar!” riep haar Kapitein. “Ik kom!” riep ze terug.
MaJea plooide de luiers op en legde ze in de hutkoffer. Met haar voet knalde ze het deksel dicht. Het slotje van de hutkoffer brak af. Fodes! Zuchtte ze. MaJea zette de mand neer en probeerde het te fiksen, wat niet meteen lukte. Morgen dan maar, dacht ze en met in haar handen de teil met was beklom ze het smalle trapje naar het dek. Straks dit wasje nog doen, dacht MaJea, zodat het in de zwoele nachtwind kan drogen.
“Amada!”
“Ik ben er al!”
Toen hij haar zo zag komen met haar handen vol mopperde hij zachtjes: “Je verongelukt je nog een keer!”
Ze glimlachte en streek haar losgekomen haren uit haar ogen.“Je weet dat ik er van hou dat het een beetje vooruitgaat. Kom maar op met die dourada, ik rammel van de honger.”
Na het eten trok ze zich terug in haar kajuit. Het ritueel van elke avond voltrok zich: Eenzame sloepjes kwamen langszij drijven en een voor een klommen mensen die hulp zochten aan boord.
De avondster was al bijna aan de einder verdwenen toen MaJea haar laatste patiënt buiten liet.
Ze haalde het kistje met Compaççi uit haar kajuit. Hij was door de Kapitein al zorgvuldig opgeborgen. Net zoals bij de diadeem had ze per toeval zijn werking ontdekt. Het was op een avond als deze, bij het begin van haar loopbaan, waarbij ze de uitputting nabij was geweest en ze zonder nadenken met haar vingers over de vormen van het prachtige paardje was gegaan, alsof ze de vaardige handen van de kunstenaar wilde volgen. Plots was het beeld warm geworden en geschrokken had ze het voor zich op tafel willen zetten, maar het was uit haar handen gevallen.
Ze had gedacht dat het gebroken was en was neergeknield: “Oooh, arm paardje, heb je niets gebroken?”
Maar het Perzische tapijt had de schok opgevangen en ze had het beeldje opnieuw gestreeld, dit keer dankbaar dat het intact was. Toen had ze gedacht dat ze hallucineerde van vermoeidheid, want zag ze die vleugels echt bewegen?
MaJea had het beeldje opnieuw gestreeld. Het voelde écht levend aan. De oogjes hadden een merkwaardige gloed. Voor haar ogen was het beeld gegroeid en toen stond het daar ineens als een echt wit paard met vleugels van een spanwijdte van vier meter.
“Vrouwe, mijn naam is Compaççi en ik ben er om u te dienen,” had het gezegd.
“Hoe….?,” had zij gestameld, maar het edele wezen had al antwoord gegeven nog voor ze haar vraag had geformuleerd.
“Ik word opgeroepen door mededogen, Vrouwe, en dit is wat u betoonde; Telkens u drie keer over mij wrijft, ontwaak ik en mijn energie staat te uwer beschikking. Ik kan rennen, vliegen en desgewenst zwemmen. Maar dit laatste niet te veel, alstublieft. Ik spreek - zoals u kunt vaststellen - en ik heb paardenkracht ten over. Leg uw hand maar eens op mijn neus.”
Dat had ze gedaan. Compaççi had toen voor het eerst zijn warme adem in haar hand geblazen en op slag had zij alle vermoeidheid uit haar lichaam voelen stromen.
Dat deed ze ook nu weer, ze legde haar hand op de neus van Compaççi en vroeg om een beetje energie. Het was niet nodig hem volledig tot leven te wekken, een klein beetje extra energie om de was te doen was voldoende.
Intens tevreden bedacht MaJea zich dat de geschenken van de goden stuk voor stuk onbetaalbaar waren: haar diadeem, haar paard en haar Kapitein."

over de opdracht

Een jaar van tevoren kreeg ik reeds de opdracht. De hoofdpsychiater van een psychiatrisch ziekenhuis zou volgend jaar met pensioen gaan en ze las graag...of ik een verhaal voor haar kon schrijven? 
Het werd een boek.
Het boek werd een gemeenschappelijk project, want 'haar' afdeling werkte zich uit de naad om het product prachtig vorm te geven.
Een jaar, acht intervieuws, 20uren interviewtijd, tientallen geïnterviewden, ontelbare telefoontjes en mails later was het boek klaar.

 

Voor één lezer.